Een belastingplichtige voert aan dat hij om redenen van ‘standing’, naast de reguliere bedrijfswagen (BMW X3) een tweede wagen uit het luxesegment moet aanhouden. De vraag stelt zich of de kosten van die tweede wagen voldoen aan de voorwaarden van artikel 49 WIB 92 …
Twee auto’s – één bedrijfsleider
Het Luikse hof van beroep oordeelde dat de kosten van een tweede wagen (een Porsche 911 Targa 4 GTS) voor een bedrijfsleider terecht werden verworpen op basis van artikel 49 WIB 92.
De belastingplichtige blijft in gebreke bij het bewijs dat hij beide auto’s voor de beroepswerkzaamheid gebruikte. De belastingplichtige houdt voor dat de Porsche voor representatieve doeleinden noodzakelijk is, gelet op het cliënteel (‘de standing’) dat hij bedient en dat ook met dergelijke wagens rondrijdt.
Het hof is echter van oordeel dat het niet wordt bewezen dat een tweede voertuig nodig (‘nécessaire’) of nuttig (‘utile’) was. De Administratie heeft terecht en zonder zich te bezondigen aan een opportuniteitsoordeel de kosten in verband met het tweede voertuig verworpen.
Gelet op het feit dat de verwerping terecht gebeurde op grond van artikel 49 WIB 92, hoeft het hof zich niet uit te spreken over de toepassing van artikel 53, 10° WIB 92.
Een voorbeeld uit de praktijk
De toepassing van deze regels kwam aan bod in het arrest van het hof van beroep van Luik van 14 februari 2025. Dit arrest en de uitgebreide bespreking ervan vindt u terug op Taxwin.
Taxwin is de fiscale database van Larcier-Intersentia, met wetgeving, rechtspraak, en doctrine en ook beschikbaar met een AI-toepassing zodat u nog vlotter de antwoorden op uw vragen terugvindt. Dankzij de kwalitatieve content van Taxwin, en de recent gelanceerde AI-functionaliteiten, wordt fiscaal opzoekwerk eenvoudiger dan ooit.


