IBR en ITAA waarschuwen voor waarderingen zonder analyse en voor blind vertrouwen in AI. De nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa verschuift van theorie naar praktijk. Voor wie aandelen in een niet-genoteerde vennootschap aanhoudt, is één datum bepalend: 31 december 2025. De waarde van die aandelen op 31 december 2025 en uiterlijk vast te stellen tegen 31 december 2027 vormt immers het vertrekpunt voor elke latere belasting.
Waarderingsopdracht toegelicht
De meerwaardebelasting op financiële activa behoort tot de meest besproken fiscale maatregelen van de voorbije maanden. Meerwaarden die tot en met 31 december 2025 zijn opgebouwd, blijven vrijgesteld; alleen het gedeelte van de meerwaarden dat opgebouwd is vanaf 1 januari 2026, is belastbaar. De waarde van de aandelen, bepaald op 31 december 2025, wordt zo het scharnierpunt van het hele systeem. De wetgeving voorziet verschillende manieren om die waarde te bepalen. Eén ervan is een waardering die wordt uitgevoerd door een bedrijfsrevisor of een gecertificeerd accountant — uitdrukkelijk iemand die niet de gebruikelijke beroepsbeoefenaar van de onderneming is, net om de objectiviteit te waarborgen.
Om die opdracht in goede banen te leiden, richtten IBR en ITAA een gezamenlijke werkgroep op. Het resultaat: een gezamenlijke mededeling van IBR en ITAA, een beslissingsboom rond objectiviteit en onafhankelijkheid en een technische nota met onder meer een model van opdrachtbrief en een model van bevestigingsbrief — staat sinds 3 april 2026 online. Het seminarie vertaalt dat kader naar de praktijk en beantwoordt enkele concrete vragen. Welke waarderingsmethode past bij welk type vennootschap — de gecorrigeerde substantiële waarde voor vastgoed- en holdingvennootschappen, de DCF- en multiplemethoden voor exploitatievennootschappen? Welke veronderstellingen zijn verdedigbaar? Hoe moet alles worden gedocumenteerd? En wanneer is een externe deskundige nodig?
Emmanuel Degrève, voorzitter van het ITAA: “De wetgever heeft deze opdracht toevertrouwd aan twee beroepen — de bedrijfsrevisor en de gecertificeerd accountant — op twee vanzelfsprekende voorwaarden: onafhankelijkheid en objectiviteit. Dat is een blijk van vertrouwen in onze beroepen, en tegelijk een verantwoordelijkheid die we met de nodige ernst opnemen.”
Een waardering is niet louter een cijfer uit een rekenmodule
De boodschap van de sprekers is duidelijk: een waardering is geen cijfer dat louter uit een rekenmodule komt. Competentie, objectiviteit en geloofwaardigheid staan centraal, des te meer omdat de fiscale administratie niet verplicht is de waardering te volgen. De experts waarschuwen expliciet voor waarderingen zonder onderbouwde analyse en voor het kritiekloos gebruik van AI. Een recent arrest van het hof van beroep te Gent (oktober 2025), waarin door AI verzonnen rechtspraak tot sancties leidde, geldt daarbij als waarschuwing: AI kan ondersteunen, maar vervangt nooit het professionele oordeel van wie het verslag ondertekent.
Eric Van Hoof, voorzitter van het IBR: “De waarderingsopdracht in het kader van de meerwaardebelasting is een nieuwe en belangrijke uitdaging voor onze beide beroepen — een uitdaging die we samen aangaan. Dat dit seminarie en de technische nota het resultaat zijn van een intensieve samenwerking tussen ITAA en IBR, is geen toeval: zo dragen we bij tot kwaliteit, rechtszekerheid en vertrouwen in de praktijk.”

