ITAA-verkiezingen: we bieden elke kandidaat de ruimte om zich voor te stellen via een uniforme format. Een gelijk speelveld voor elke stem.
Ik ben Sylvia Thienpont, als gecertificeerd fiscaal accountant sta ik elke dag met beide voeten in de praktijk. Daarnaast engageer ik mij al langer binnen het beroep. Zo ben ik al twee ambtstermijnen lang actief binnen de Cel Permanente Vorming van het ITAA: eerst als ondervoorzitter, vervolgens als voorzitter. Sinds kort ben ik ook lid van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen. Verder geef ik onder meer al 10 jaar het vak financieel management bij VIVES Continue.
Die betrokkenheid trek ik nu verder door: ik wil mee bouwen aan een efficiënt, toekomstgericht instituut. Daarom stel ik me kandidaat om deel uit te maken van de Raad van het ITAA. Raadslid dus.
Wat is je belangrijkste verwezenlijking van de afgelopen periode waar je trots op bent?
Ik denk aan twee zaken, op verschillende niveaus. Enerzijds ben ik trots op de efficiëntieslag binnen de Cel Permanente Vorming van het ITAA, waar ik voorzitter van ben. Zo hebben we bijvoorbeeld een stuk van de administratieve last voor leden kunnen verminderen.
Anderzijds, meer op microniveau, ben ik dit jaar voor het eerst stagemeester geworden. Ik heb me altijd graag ingezet voor jong talent: in het hoger onderwijs zit ik bijvoorbeeld wel al langer in de jury voor de “dry runs” van het ITAA-examen. Maar nu begeleid ik dus echt iemand één-op-één in zijn traject naar de titel. Een heel concrete manier om mee te bouwen aan de toekomst van ons beroep, en daar ben ik evengoed trots op.
Noem drie concrete actiepunten die je binnen de eerste 100 dagen na je verkiezing wilt opstarten.
- Structureel overleg versterken: veel frustratie ontstaat wanneer beslissingen of verwachtingen te laat, te vaag of versnipperd bij leden terechtkomen. Ik wil inzetten op meer continue dialoog met overheidsdiensten en andere beroepsorganisaties, zodat signalen uit het werkveld sneller op tafel komen.
- Permanente vorming als loopbaanmotor: het lijkt me goed om ervoor te zorgen dat we nog meer de juiste opleidingen koppelen aan de juiste profielen (op basis van effectieve werkzaamheden). Zo krijgt ieders carrière een boost.
- Werkdruk verlagen door verbeterde kennisdeling: uiteraard geeft het je een goed gevoel als je je door moeilijke materie geploeterd hebt die niet jouw specialisatie is, maar in tijden van werkdruk zijn er efficiëntere oplossingen. We kunnen meer inzetten op kennisdeling, of simpelweg vaker doorverwijzen naar een gespecialiseerd(e) collega(-kantoor).
Waarop moet het instituut volgens jou méér inzetten, en wat mag eventueel een versnelling lager?
Wat volgens mij een prioriteit is: de administratieve lasten en complexiteit van ons werk verminderen. Ik denk dan concreet aan sterker lobbywerk om (zowel nieuwe als bestaande) wet- en regelgeving te vereenvoudigen.
Het ITAA kan ook helpen om onrealistische deadlines te vermijden door consistent af te blijven stemmen met fiscus en wetgever. En eens er nieuwe verplichtingen zijn: duidelijke, praktische richtlijnen bezorgen aan alle leden.
Nog een belangrijk punt: uit de meest recente ITAA-Barometer bleek dat 88% van accountancykantoren aangeven dat vacatures niet gemakkelijk ingevuld raken. Als we de toekomst van onze sector willen verzekeren, moeten we structureel inzetten op employer branding.
Het ITAA kan bijvoorbeeld meer ondersteuning voorzien voor starters én stagebegeleiders. Om het nieuwe talent ook te behouden, moeten er initiatieven komen om de werkbaarheid te verhogen. Denk maar aan welzijnsprogramma’s voor jonge accountants, of simpelweg een sterkere stagebegeleiding.
Wat betreft de versnelling lager: ik geloof dat het eerder een kwestie is van de juiste prioriteiten stellen, in combinatie met een verbeterde efficiëntie. Momenteel is er bijvoorbeeld een zekere overlap: bepaalde werkpunten worden vanuit verschillende hoeken behandeld. We moeten niet per se ergens minder op inzetten, maar wel ervoor zorgen dat er geen dubbel werk geleverd wordt. Zo komt er vanzelf een stuk tijd vrij om méér in te zetten op hetgeen er echt toe doet.
Wat is jouw ‘out-of-the-box’ oplossing om het beroep weer aantrekkelijk en werkbaar te maken?
Wat als we de verhoudingen soms ook eens omdraaien bij stagemeesters? Jongeren hebben vaak een voorsprong als het gaat over digitale skills. Nieuwe toepassingen die de workload stevig kunnen verminderen, hebben zij helemaal in de vingers. Jong talent kan ons zo helpen om kostbare tijd te besparen. Tegelijkertijd kunnen we hen zo misschien ook warm maken voor ons beroep: met een hippe titel à la Chief Digital Officer (het mocht out-of-the-box hé? :-)).
Omgekeerd blijven reeds ervaren collega’s grondige inhoudelijke kennis meegeven natuurlijk. Want ik merk dat jongeren soms gefocust zijn op “groene vinkjes”, zonder altijd te begrijpen wat daar juist achter schuilgaat. Ik geloof alleszins dat er een win-win zit in het idee: zowel voor de jongere als voor de meer ervaren generaties.
Hoe gaat het ITAA onder jouw vleugels de leden concreet helpen om de AI-revolutie te overleven (en te benutten)?
Ik zag in het ITAA-zine van maart dat er gewerkt wordt aan een transparantiekader voor softwareleveranciers. Daar lag de klemtoon (voorlopig) enkel op vertrouwelijkheid en het beroepsgeheim. Ik zou dit verder uitbreiden: software die gebruikt wordt door accountants moet ook een soort kwaliteitstoets voor AI doorstaan. AI-modellen kunnen immers af en toe “hallucineren”, wat betekent dat ze soms fictieve informatie of verzonnen wetgeving presenteren of hanteren. Het lijkt me daarom opportuun dat beroepsbeoefenaars betrokken worden bij de ontwikkeling van bepaalde toepassingen. Zo kunnen we al aan de basis eventuele fouten voorkomen.
In afwachting daarvan zou ik een soort starterkit uitwerken voor de leden: een handig overzicht van quick wins, wat wel en niet kan, en welke risico’s er bestaan bij het hanteren van AI. Daar hoort ook zeker een concrete “Gids voor goede prompts” bij.
Daarnaast zie ik ook nog een opportuniteit voor de dienstverlening van het ITAA naar haar leden toe: AI kan helpen bij de triage van vragen, zodat dit proces efficiënter verloopt. Misschien is er zelfs een soort slimme ITAA-chatbot mogelijk, de ITAAssist; een eerste aanspreekpunt voor vragen allerlei?
Hoe ga jij de brug slaan tussen de verschillende beroepsverenigingen en de overheid?
Daar kan ik duidelijk over zijn: er is meer overleg nodig. Ik zie meerwaarde in een permanent overlegplatform waar alle beroepsverenigingen structureel samenkomen. Letterlijk rond de tafel zitten met elkaar en gezamenlijke punten bespreken – ik denk dan bijvoorbeeld aan thema’s als antiwitwas of deontologie.
Zo komen we tot één coherent standpunt dat gedragen is door heel de sector. En zo kunnen we ook met één heldere stem naar de overheid trekken.
Door structurele samenwerking, gedeelde normering en die gedeelde stem versterken we de positie van álle accountants. Geen versnipperde groepen meer, maar één sterke en geloofwaardige sector.
Wat was voor jou de belangrijkste les of inspiratiebron van het afgelopen jaar?
Voor mij is dit een zin die me al meerdere jaren blijft inspireren: “Doen we de dingen juist, of doen we de juiste dingen?”
De uitspraak wordt meestal toegeschreven aan managementdenker Peter Drucker, en ik merk hoe krachtig ze is wanneer je ze écht toepast — zowel in teams, in organisaties als in de manier waarop we ons beroep invullen. Het is een simpele vraag, maar ze dwingt je om uit de actie-modus te stappen en even te reflecteren: zijn we efficiënt bezig, of werken we ook daadwerkelijk aan wat ertoe doet?
Ik probeer daar regelmatig bij stil te staan. Het helpt me om bewuster prioriteiten te leggen, richting te kiezen en ruimte te maken voor wat écht impact heeft.
Verder heb ik het afgelopen jaar vooral geleerd hoe krachtig heldere kennisdeling en samenwerking kunnen zijn – zeker in een steeds complexer werkveld. Voor mijn rol binnen SBB vertaal ik onder andere nieuwe wet- en regelgeving naar begrijpbare taal en concrete inzichten voor onze kantoren en cliënten. Het valt me daarbij echt op hoe groot de nood is aan duidelijkheid, nuance en houvast in tijden van voortdurende verandering.
Tegelijk was ik sterk geïnspireerd door wat ik dagelijks zie in de socialprofitsector. Het gaat dan om organisaties die te kampen hebben met beperkte middelen, onduidelijke wetgeving en soms tegenstrijdige verwachtingen. Toch blijven ze met een immense inzet voortdoen: bewonderenswaardig.
Als je morgen één wet of regel zou mogen schrappen voor de accountant, welke zou dat zijn?
Ik denk dat we de wettelijke waarschuwingsplicht bij dreigende insolventie wel eens kritisch onder de loep kunnen nemen. De intentie achter deze regel is waardevol: als accountants hebben we een belangrijke rol in het tijdig signaleren van risico’s. Alleen bestaan daarvoor al andere mechanismen, zoals de alarmbelprocedure en de verantwoording van continuïteit in de jaarrekening. In de praktijk verhoogt deze bijkomende waarschuwingsplicht onze werkdruk en kan ze ook onze rol van vertrouwenspersoon ondermijnen. Terwijl een ondernemer net bij uitstek in moeilijke tijden moet kunnen (blijven) rekenen op zijn accountant. Ik pleit daarom voor een grondige hervorming van de vormvereisten. De formele, schriftelijke kennisgeving creëert afstand op een moment waarop vertrouwen en nabijheid essentieel zijn.
Waarom verdien je de stem van accountants?
Ik hoop dat de inhoudelijke punten die ik hier uiteen heb gezet, jou al voor een belangrijk stuk kunnen overtuigen. Daarnaast geef ik graag mee dat ik een scherp oog voor kwaliteit heb. Ik vind het ook belangrijk om verbinding te maken. Ontbreekt er hier voor jou nog iets? Dan wil ik er graag over in gesprek gaan en écht luisteren. Ik sta altijd open voor ideeën en denk graag mee over werkbare oplossingen.

