Ze schieten als paddenstoelen uit de grond: kleine bedrijfjes die AI-agents bouwen en die volop aan accountants proberen te verkopen. Wie de geschiedenis van onze boekhoudsoftware kent, krijgt een sterk gevoel van déjà vu. Een kritische blik op het fenomeen ‘Garage AI’.
Geen week gaat voorbij zonder een nieuwe mail in de inbox. Een agent die je aankoopfacturen leest. Een agent die je btw-aangifte voorbereidt. Een agent die je klanten automatisch herinnert aan ontbrekende stukken. Een agent die je jaarrekening ‘nakijkt’. Een agent die je KYC afhandelt. De beloftes zijn telkens even groot: uren tijdwinst, minder fouten, eindelijk tijd voor advies.
Achter heel wat van die beloftes zit een handvol enthousiaste ontwikkelaars, vaak met weinig kapitaal en nog minder trackrecord. Dat is op zich geen verwijt. Maar het roept wel een paar vragen op die elke accountant zich zou moeten stellen voor hij tekent.
We hebben dit al eens meegemaakt
Wie al wat langer meedraait, herinnert het zich nog. Boekhoudsoftware kwam van een handvol grote spelers. Je kocht een licentie, kreeg een doos met cd-roms en betaalde jaarlijks voor onderhoud. Het aanbod was beperkt, overstappen was een zware operatie, maar je wist wat je had.
Dan kwam het internet, en met het internet Software as a Service. Het verdienmodel kantelde: geen licentie meer, maar een maandelijks abonnement. De drempel om software te maken en te verkopen zakte drastisch. Het aanbod groeide exponentieel. Voor elke deeltaak in een kantoor verscheen wel een eigen tool: documentherkenning, praktijkbeheer, klantenportalen, rapportering, jaarafsluiting.
De kwaliteit groeide niet altijd mee. Kantoren werden testlabo’s voor halfafgewerkte producten. Koppelingen werkten de ene maand wel en de volgende niet. En wie te vroeg op het verkeerde paard had gewed, mocht een paar jaar later opnieuw migreren.
Intussen is de markt grotendeels geconsolideerd. Het Noorse Visma kocht in 2020 Yuki, zijn eerste stap in de lage landen. In 2023 volgde Silverfin, het Gentse platform dat 28 van de 30 grootste Belgische kantoren als klant telde, voor een bedrag dat in de pers rond de 300 miljoen euro werd geschat. Het was al Visma’s zevende Belgische overname. Ook AdminPulse, Admisol en Teamleader zitten vandaag in hetzelfde huis. En in Nederland gaan Yuki, Nmbrs, WeFact en Visionplanner sinds deze zomer verder onder één merk.
De les: na de explosie komt de consolidatie. Heel wat spelers groeien door, om uiteindelijk vaak overgenomen te worden. Een aantal verdwijnt, stil of met slaande deuren.
Wat brengt die agent eigenlijk bij?
Vandaag zien we hetzelfde patroon, alleen sneller. De drempel om een AI-agent te bouwen ligt verrassend laag. De zware intelligentie zit niet bij het bedrijfje zelf, maar in het taalmodel van een handvol grote spelers. Wat de garagebouwer toevoegt, is vaak een prompt, een interface en een koppeling met je boekhoudpakket.
Dat is niet niets. Maar het is ook geen onneembare burcht. Stel daarom bij elke demo drie eenvoudige vragen:
- Wat zit er onder de motorkap? Draait de agent op een eigen model, of is het een laagje rond een bekend taalmodel dat je zelf ook kunt gebruiken?
- Wat gebeurt er als het model of het boekhoudpakket verandert? De leverancier van het taalmodel en die van je boekhoudsoftware kunnen dezelfde functie morgen zelf inbouwen. Wat blijft er dan over?
- Wie controleert het resultaat? Een agent die in 95 procent van de gevallen juist boekt, is in de accountancy een agent die in 5 procent van de gevallen fout boekt. De verantwoordelijkheid blijft bij jou.
Bovendien staan de gevestigde spelers niet stil. Silverfin bouwt al jaren AI in zijn platform, onder meer met de Silverfin Assistant. Ook de grote dataleveranciers zoals Larcier-Intersentia en Wolters Kluwer ontwikkelen hun eigen agents, bovenop hun fiscale en juridische databanken.
Wolters Kluwer heeft met AI Discovery al een AI-module in monKEY en kocht recent nog AI-bedrijven over. Larcier-Intersentia ontwikkelde met GenIA-L een eigen generatieve AI-toepassing, gebouwd op zijn eigen redactionele inhoud. Die spelers hebben wat de garagebouwer mist: de inhoud, de klantenbasis en de middelen. Een garage-agent die hetzelfde doet als een functie die straks gewoon in je bestaande pakket zit, heeft het moeilijk.
Het grootste obstakel voor een garagespeler is misschien niet de technologie, maar de toegang tot de data. Een agent is maar zo goed als de gegevens waar hij bij kan. En die gegevens zitten bij de grote softwarehuizen en dataleveranciers. Zij beslissen of, hoe en tegen welke prijs een externe agent op hun systemen mag aansluiten.
Dat dit geen theorie is, toont Salesforce. Het bedrijf achter Slack verstrengde in 2025 de regels voor externe toepassingen: andere AI-bedrijven mogen Slack-gesprekken niet langer massaal opslaan of gebruiken om modellen te trainen. Officieel om de klantgegevens te beschermen, volgens critici vooral om de eigen AI een voorsprong te geven. Ook Visma kiest voor gecontroleerde toegang: externe AI-assistenten kunnen aansluiten, maar via Visma’s eigen platform en enkel op de onderdelen die daar opengezet worden.
Voor een jonge garagespeler is dat bedreigend. Zijn product hangt af van de goodwill van een partij die tegelijk zijn concurrent is. Morgen kan een koppeling duurder worden, beperkt worden of gewoon verdwijnen.
En de security?
Hier wordt het pas echt ernstig. Een AI-agent is geen rekenmachine. Om zijn werk te doen, krijgt hij toegang tot je boekhouding, je praktijkbeheer, je mailbox, soms tot de bankgegevens van je klanten. Dat is de meest gevoelige data die een kantoor beheert.
Geef je die sleutels aan een bedrijfje van drie mensen, dan mag je minstens weten:
- waar de data naartoe gaat en of ze gebruikt wordt om modellen te trainen;
- welke rechten de agent krijgt: alleen lezen, of ook boeken, mailen en wijzigen;
- hoe de agent beschermd is tegen prompt injection, waarbij een kwaadwillige tekst in een factuur of e-mail de agent opdrachten geeft;
- of er een verwerkersovereenkomst is die de GDPR-toets doorstaat, en wie aansprakelijk is bij een datalek;
- wat er met je data gebeurt als het bedrijfje failliet gaat of overgenomen wordt.
Een grote softwaregroep is niet automatisch veilig. Maar hij heeft wel een securityteam, certificeringen en een reputatie te verliezen. Een garagespeler heeft vaak alleen een goede bedoeling.
De handige accountant bouwt zelf
Er is nog een reden waarom veel garagespelers het moeilijk zullen krijgen: hun klant kan het steeds vaker zelf. Dat komt door MCP, het Model Context Protocol.
De naam klinkt technisch, het idee is eenvoudig. Vergelijk het met een universele stekker. Vroeger had elk toestel zijn eigen lader; vandaag past één USB-C-kabel op bijna alles. MCP doet hetzelfde voor AI. Het is een gemeenschappelijke afspraak, sinds eind 2024 vrij beschikbaar, waarmee een AI-assistent kan ‘aansluiten’ op je software: je boekhoudpakket, je praktijkbeheer, de KBO, je mailbox. Steeds meer softwareleveranciers bieden zo’n aansluiting aan. Is die er, dan kan je AI-assistent er gegevens uit opvragen en, als je dat toelaat, er ook taken in uitvoeren.
Het gevolg is dat een handige accountant vandaag zelf agents samenstelt die precies doen wat zijn kantoor nodig heeft. Geen generiek product voor duizend kantoren, maar een werkwijze op maat, met de eigen procedures en controles ingebouwd. En de data blijft binnen de omgeving die je zelf gekozen hebt.
Dat vraagt wel enige technische nieuwsgierigheid en dezelfde voorzichtigheid als hierboven: geef een agent nooit meer rechten dan nodig, en blijf zelf het laatste woord hebben. Maar het verschuift de vraag. Niet langer: welke agent koop ik? Wel: wat bouw ik zelf, en waarvoor heb ik echt een gespecialiseerde partner nodig?
Elke reus begon klein
Natuurlijk: elke reus is ooit klein begonnen. Hewlett-Packard startte in 1939 in een garage in Palo Alto, Apple in die van de familie Jobs, Google in een gehuurde garage in Menlo Park.
Het punt blijft overeind: uit een kleine start kan iets groots groeien. Sommige garagespelers van vandaag zullen dat ook doen. Ze vinden een echte niche, bouwen degelijk, of worden voor een mooie som ingelijfd door een grote groep.
Maar het gros? Dat weet vandaag niemand, en precies dat is het probleem. De meeste van die bedrijfjes zijn zo jong dat er nog geen jaarrekening van hen bekend is. Hun verdienmodel is nog niet bewezen. Ze leven vaak van een eerste investeringsronde of van het spaargeld van de oprichters, terwijl de rekening van het taalmodel elke maand binnenkomt. Of ze over drie jaar nog bestaan, is een open vraag.
Voor een accountant is dat geen detail. Je begeleidt je klanten dagelijks bij vragen over solvabiliteit en continuïteit. Stel die vragen ook aan je leveranciers. Hoe is het bedrijf gefinancierd? Wie zijn de aandeelhouders? Hoeveel klanten betalen vandaag al? En wat gebeurt er met je data en je werkprocessen als het morgen de deuren sluit? Zolang er geen cijfers zijn, maak je je kantoor best niet afhankelijk van een belofte.
Besluit: kies met het hoofd, niet met de hype
AI zal het accountantsberoep ingrijpend veranderen, daar twijfelt niemand nog aan. Maar de markt van AI-agents zit in dezelfde fase als de softwaremarkt twintig jaar geleden: veel aanbod, wisselende kwaliteit en een consolidatiegolf die er onvermijdelijk aankomt.
Wie vandaag kiest, kiest best met het hoofd. Vraag naar de toegevoegde waarde, eis duidelijkheid over security, kijk naar de financiële gezondheid van de leverancier. En onderschat vooral niet wat je met wat nieuwsgierigheid zelf kunt bouwen.
De garage is een mooie plek om te beginnen. Je kantoorgegevens wil je er alleen liever niet laten rondslingeren.
Gert Engelen
Accountant en bezieler van Boox
Onze columnisten zijn experts in de accountancy in brede zin. Ze schrijven in eigen naam. Deze opiniebijdragen hebben geen commercieel doel maar willen ons aan het denken zetten.



