De accountancysector praat vandaag veel over AI, automatisering, consolidatie, personeelstekorten, marges, digitalisering, veranderende wetgeving en de verschuiving van compliance naar advies.
Allemaal belangrijke thema’s. Daaronder zit een fundamenteler probleem.
We vragen accountants om steeds meer ‘professional’ te zijn, terwijl we organisaties hebben gebouwd die hen steeds minder ruimte geven om professioneel te handelen.
Van accountants wordt vandaag veel verwacht. Ze moeten technisch sterk zijn en voortdurend wijzigende regelgeving beheersen. Ze moeten digitaal vaardig zijn, nieuwe software leren gebruiken en begrijpen wat AI voor hun vak betekent. Ze moeten risico’s herkennen, commerciële kansen zien en klanten proactief adviseren.
Maar daar stopt het niet.
Accountants moeten ook empathisch communiceren, moeilijke gesprekken voeren, collega’s begeleiden, samenwerken, permanent leren en verantwoordelijkheid opnemen. En uiteraard moet dat allemaal efficiënt, productief en rendabel gebeuren.
Op zichzelf is daar weinig mis mee. Integendeel. Het beroep evolueert en professionaliteit evolueert mee.
De vraag is alleen: “geven onze organisaties professionals nog voldoende ruimte om aan al die verwachtingen te voldoen?”
Terwijl de verwachtingen toenemen, bouwen we steeds meer systemen rondom diezelfde professionals.
Procedures beschermen kwaliteit. Reviews beperken risico’s. Software verhoogt efficiëntie. KPI’s geven inzicht. Urenregistratie ondersteunt prijszetting en rendabiliteit. Managementstructuren moeten verantwoordelijkheid verduidelijken.
Elk afzonderlijk element heeft een bestaansreden. Wanneer we al die op zichzelf rationele keuzes opstapelen, dreigt ‘het systeem’, dat professionals zou moeten ondersteunen, hun professionaliteit te verdringen.
Accountants besteden steeds meer tijd aan het aantonen dat het werk goed gebeurt en waardoor ze minder tijd hebben voor het werk waarin hun professionele meerwaarde werkelijk tot uiting komt.
Ze registreren dat iets werd opgevolgd. Ze documenteren waarom een bepaalde beslissing werd genomen. Ze vullen systemen aan zodat anderen kunnen controleren of het proces gevolgd werd. Ze rapporteren tijd, status, voortgang en risico’s.
En helemaal onderaan die organisatorische piramide moet uiteindelijk nog iets anders gebeuren: waarde creëren voor de klant.
Hoe meer we professionaliteit proberen te organiseren, standaardiseren, meten en controleren, hoe groter het risico dat we precies datgene verzwakken wat professionals tot professionals maakt: hun beoordelingsvermogen.
Een professional is immers niet alleen iemand die procedures correct uitvoert.
Professionaliteit betekent ook kunnen afwegen. Interpreteren. Prioriteiten stellen. Verantwoordelijkheid nemen. Een uitzondering herkennen. Durven vertragen wanneer een situatie daarom vraagt. Een klant tegenspreken wanneer dat nodig is. Tijd maken voor een gesprek waarvan de waarde niet onmiddellijk in tijdseenheden kan worden uitgedrukt.
Dat vraagt vakkennis, maar ook autonomie.
Niet de autonomie om zomaar te doen wat iemand wil, maar de ruimte om binnen duidelijke professionele en ethische kaders zelf te beoordelen wat een situatie nodig heeft.
Wanneer elke handeling vooraf wordt vastgelegd, iedere afwijking moet worden verantwoord en elke minuut zichtbaar moet worden gemaakt, sturen we onbewust een andere boodschap:
Wij vertrouwen het systeem meer dan jouw professionele oordeel.
En dat heeft gevolgen.
Dat wordt nog belangrijker nu accountantskantoren zich willen ontwikkelen van compliance-organisaties naar adviesorganisaties.
Advies ontstaat namelijk zelden uit een workflow.
Een goed advies begint vaak met aandacht. Met een accountant die iets opmerkt in de cijfers. Met een vraag die niet in het standaardproces stond. Met iemand die hoort dat een ondernemer twijfelt en besluit even door te vragen. Met professionals die verbanden leggen tussen wat vandaag gebeurt en wat morgen belangrijk kan worden.
Daarvoor is professionele ruimte nodig.
Je kunt moeilijk van mensen verwachten dat ze ondernemend, nieuwsgierig en adviserend handelen wanneer je hun werk tegelijkertijd steeds verder dichtregelt.
We zeggen: wees proactief. Maar het takenbeheer zegt wat vandaag afgevinkt moet worden.
We zeggen: bouw een vertrouwensrelatie op. Maar de planning zegt hoeveel minuten het gesprek mag duren.
We zeggen: denk mee met de ondernemer. Maar de KPI’s vertellen waarop medewerkers uiteindelijk beoordeeld worden.
Mensen begrijpen snel welke boodschap uiteindelijk het zwaarst weegt.
Misschien moeten accountantskantoren daarom niet alleen nadenken over wat ze nog kunnen toevoegen, maar ook over wat ze kunnen wegnemen.
Welke procedure helpt professionals werkelijk? Welk gedrag willen we eigenlijk mogelijk maken? Waar heeft standaardisering toegevoegde waarde en waar begint professioneel oordeel?
Dat betekent niet dat we terug moeten naar een romantisch verleden zonder procedures, technologie, kwaliteitscontrole of management. De complexiteit van het beroep maakt goede systemen noodzakelijk.
Maar systemen zijn een middel. Geen doel.
Misschien moeten we daarom bij iedere nieuwe regel, workflow, rapportering of managementlaag één eenvoudige vraag stellen: Helpt dit accountants om beter professioneel te handelen?
En als het antwoord niet duidelijk ja is, mogen we ons afvragen waarom het er nog is.
De grote uitdaging voor accountantskantoren is professionals naast de juiste competenties aan te leren, misschien ook hen opnieuw de ruimte geven om de professionals te zijn die we zeggen nodig te hebben.
Ben Peeters
Accountant en ondernemer bij Business minds
Onze columnisten zijn experts in de accountancy in brede zin. Ze schrijven in eigen naam. Deze opiniebijdragen hebben geen commercieel doel maar willen ons aan het denken zetten.



