Als accountant ben je voor ondernemers en zelfstandigen het eerste aanspreekpunt wanneer er iets verandert binnen hun onderneming. Dat kan gaan over een complex fiscaal dossier, leverancierscontract, aandeelhouderskwestie of mogelijke overname van een ander bedrijf.
Soms kan het echter gebeuren dat jouw team niet over de nodige juridische kennis beschikt om een klantvraag correct af te handelen. Waar ligt de grens? Loïc Matthys van Mace pleit voor een eenvoudige aanpak: leer juridische risico’s vroeg herkennen en weet vooral wanneer gespecialiseerde expertise nodig is. Hij stelde een handige checklist van zeven vragen op.
De accountant als eerste beoordelaar
“Voor veel ondernemers en zelfstandigen zijn accountants een belangrijke vertrouwenspersoon”, aldus Loïc Matthys. “Omdat je een klare kijk hebt op de financiële kerncijfers van een vennootschap of eenmanszaak, krijg je als accountant vaak de eerste signalen dat er iets op til is. Een klant legt bijvoorbeeld een aandeelhoudersovereenkomst voor, vraagt advies over een borgstelling of vertelt dat een zakenpartner niet langer wil meewerken.”
“Dat maakt je echter niet automatisch tot juridisch adviseur. Je zit wel een bevoorrechte positie om als eerste beoordelaar van juridische risico’s op te treden. De vraag is dan niet alleen: ‘Kan ik dit oplossen?’, maar vooral: ‘Moet ik dit zelf oplossen?’”
“Dergelijke beoordeling kan gebeuren aan de hand van enkele criteria: hoe complex is de kwestie, wat is de financiële impact, heeft jouw advieskantoor ervaring met gelijkaardige dossiers en welke aansprakelijkheidsrisico’s zijn eraan verbonden? Ook de nood aan maatwerk en de tijdsdruk spelen een belangrijke rol.”
Van standaardvraag naar juridisch dossier
Een eenvoudige juridische vraag hoeft niet altijd tot een doorverwijzing naar een gespecialiseerd advocatenkantoor te leiden.
“Accountants beschikken over heel wat kennis en kunnen klanten vaak uitstekend informeren over aandachtspunten”, geeft Loïc aan. “Ook modeldocumenten en juridische software die de accountant ter beschikking heeft, kunnen nuttig en soms ook voldoende zijn.”
“Het kantelpunt ligt volgens mij bij de combinatie van risico, complexiteit en aansprakelijkheid. Een standaarddocument is iets anders dan een overeenkomst waarover met een tegenpartij en diens advocaat wordt onderhandeld. Een interne aandelenoverdracht verschilt van een complexe uitkoopregeling met earn-out. En een algemene vraag over een contract is iets anders dan een dossier waarin al een ingebrekestelling of dagvaarding op tafel ligt en tijdig handelen essentieel is.”
De zeven-vragen-check
Om accountants daarbij houvast te geven, formuleert Matthys zeven ja/nee-vragen. Twee ‘ja’s’ of meer is een signaal om gespecialiseerde juridische kennis in te schakelen.
- Kun je het juridische risico benoemen?
Kun je aan een collega in twee zinnen uitleggen waar het dossier juridisch kan mislopen? Als dat niet lukt, is dat op zichzelf een alarmsignaal. Een lening tussen twee vennootschappen lijkt bijvoorbeeld eenvoudig, maar kan tegelijk vragen oproepen over fiscale herkwalificatie, belangenconflicten of andere juridische risico’s. - Kan een fout advies de klant financieel zwaar raken?
Bestaat het risico dat een fout advies de klant meer kan kosten dan zes maanden omzet of vergoeding? Dan is het risico te groot om het juridische aspect als bijkomstigheid te behandelen, ook naar aansprakelijkheid als adviseur toe. Denk aan een zaakvoerder die persoonlijk borg staat voor een nieuw bedrijfspand, of een koop-verkoopovereenkomst waarin persoonlijke verklaringen worden gevraagd aan de klant. - Dreigt er een geschil?
Is er een tegenpartij die dreigt met een procedure, of ligt er al een ingebrekestelling of dagvaarding? Dan is doorverwijzen aangewezen. Wat je als accountant zelf communiceert, is immers officieel en kan later worden gebruikt in het dossier. Een mail over een conflict tussen aandeelhouders kan bijvoorbeeld als bewijsstuk worden gebruikt. Zodra een procedure in beeld komt, hoort daar een advocaat, en diens vertrouwelijke briefwisseling, bij. - Is dit de eerste keer dat je zo’n dossier behandelt?
Ervaring is een belangrijke risicofactor. Tien probleemloze familiale aandelenoverdrachten zijn iets anders dan een eerste investering door een friend, fool of family member. Zodra onderhandeling, interpretatie of een potentieel conflict een rol speelt, neemt de juridische complexiteit toe. - Zijn er tegengestelde belangen?
Vragen twee partijen met tegengestelde belangen jou om neutraal te bemiddelen? Of wordt het juridische werk meer dan een bijkomstigheid bij het cijferwerk? Dan is doorverwijzen verstandig. Een koper en verkoper die dezelfde accountant vragen om hun overnameovereenkomst op te stellen, kunnen de accountant immers in een ondankbare positie brengen. - Is maatwerk of onderhandeling nodig?
Modeldocumenten en juridische tools werken prima voor standaarddossiers. Maar zodra een tegenpartij bepalingen schrapt of toevoegt, verandert de situatie. Dan moet iemand kunnen inschatten welke clausules juridisch belangrijk zijn. Zeker wanneer de andere partij door een advocaat wordt bijgestaan, is gespecialiseerde ondersteuning aangewezen. - Is de beslissing onomkeerbaar of loopt er een termijn?
Sommige beslissingen kunnen achteraf nog worden gecorrigeerd, andere niet. Ook wettelijke termijnen kunnen een dossier tijdkritisch maken. Denk aan verjaring of een alarmbelprocedure. Ook bij een dagvaarding waarbij de klant “nog even wil afwachten”, moet onmiddellijk juridische expertise worden ingeschakeld.
Twee ‘ja’s’ kunnen al voldoende zijn
De zeven vragen vormen geen mathematische risicoscore, maar een praktisch beslissingskader. Twee à drie keer ‘ja’ betekent dat doorverwijzen naar een advocatenkantoor de aangewezen keuze is.
Drie vragen hebben daarbij extra gewicht: een dreigend geschil (vraag 3), tegengestelde belangen (vraag 5) of een lopende juridische termijn (vraag 7) zijn op zichzelf al voldoende om gespecialiseerde juridische hulp in te schakelen.
Doorverwijzen is daarbij geen teken dat je jouw klant niet kan helpen. Integendeel zelfs: je helpt jouw klant juist door tijdig te herkennen wanneer een dossier buiten jouw expertise of verantwoordelijkheid dreigt te vallen.
De meerwaarde ligt dus niet noodzakelijk in het zelf beheersen van elk juridisch detail, maar in voldoende juridisch risicobesef om de juiste vragen te stellen en tijdig de juiste specialist aan tafel te brengen.
De belangrijkste vraag is daarom niet: “Kan ik dit juridisch zelf doen?”, maar wel: “Is het verantwoord om dit zonder gespecialiseerde juridische expertise te doen?”


