Wie dacht dat het rond de meerwaardebelasting rustig zou worden na de publicatie van de wet in het Staatsblad op 21 april 2026, kwam bedrogen uit. De wet geldt sinds 1 januari 2026, maar bijna elke maand beweegt er iets: nieuwe circulaires, aangekondigde correcties, procedures bij het Grondwettelijk Hof.
Dat is geen reden voor paniek, wel voor een vaste manier van werken. We overlopen de twee recentste ontwikkelingen en wat ze concreet betekenen voor je kantoor.
Negen bijkomende beroepen bij het Grondwettelijk Hof
Tussen 18 en 21 oktober zijn nog negen vernietigingsberoepen tegen de wet ingediend; 21 oktober was de laatste dag waarop dat kon. Er lagen al andere zaken bij het Hof. Vijf KMO’s betwisten de drempel van 20% voor het gunstregime van aanmerkelijk belang. Anderen vechten de discriminatie bij de aftrek van minderwaarden aan. Nog andere procedures gaan over retroactiviteit, niet-aftrekbare kosten en de rol van buitenlandse banken.
Het Hof heeft zich dus nog niet over de grondwettigheid van de wet uitgesproken. Een uitspraak ten gronde wordt pas eind 2027 of begin 2028 verwacht.
De reparatiewet: voorlopig nog een voorontwerp
De regering wil enkele pijnpunten wegwerken via een reparatiewet, onderdeel van een ontwerp met diverse fiscale bepalingen. Twee aanpassingen zijn aangekondigd, en beide raken de dagelijkse praktijk van kantoren.
- Cashlines. Wie in vreemde munt belegt, wordt belast op de winst omgerekend naar euro, en die regel trekt ook de cashrekening in vreemde munt mee. Wie dollars van een USD-rekening gebruikte om een Amerikaans aandeel te kopen, werd geacht die dollars te hebben verkocht en kon daardoor een belastbare meerwaarde realiseren. Wordt de aanpassing doorgevoerd, dan valt de wisselkoerswinst op die cash buiten de belasting en verdwijnt deze bijkomende complexiteit voor wie met een rekening in vreemde munt werkt.
- Vzw’s. Vzw’s en stichtingen die onder de rechtspersonenbelasting vallen, zijn de meerwaardebelasting ook verschuldigd wanneer ze beleggen. Er is geen inhouding door de bank: de vzw geeft zelf de roerende voorheffing aan en betaalt ze, binnen 15 dagen na het einde van het boekjaar. Bij een boekjaar dat op 31 december eindigt is dat 15 januari. De reparatiewet verlengt die termijn tot twee maanden, dus tot eind februari.
Het is nu wachten tot de publicatie van deze reparatiewet in het Staatsblad.
Hoe bereid je je kantoor voor?
- Weet welke klanten beleggen. Breng in kaart wie van je klanten belegt en dus met de meerwaardebelasting te maken krijgt. Denk ook aan maatschappen en vzw’s met een portefeuille.
- Bereid je voor op het aangifteseizoen. Zorg dat je tijdig over de nodige gegevens beschikt: de transactiebestanden van de broker, de keuze voor opt-in of opt-out per rekening en de waardering op het fotomoment van 31 december 2025. Kies je voor volledige uitbesteding van het dossier, zoals hieronder beschreven, dan hoef je dit niet zelf te organiseren.
- Organiseer je als kantoor. Bepaal of je de berekeningen zelf doet, deels of volledig uitbesteedt, of een combinatie. Meerwaardebelastingberekenen.be biedt daarvoor drie modellen: licenties per dossier, een digitale voucher waarmee de klant zelf een abonnement neemt, en volledige uitbesteding van het dossier als Meerwaardebelasting-as-a-Service.
- Informeer je klanten. Eén duidelijke boodschap volstaat: dit staat vast, dit kan nog wijzigen en het kantoor volgt het op.
Altijd wel iets
Er is dus altijd wel iets: een procedure, een reparatiewet, een nieuwe circulaire. Wij volgen de wetgeving op en houden meerwaardebelastingberekenen.be in lijn met wat geldt. Zo hoeft een kantoor zich niet bezig te houden met de eigenlijke berekeningen en blijft er tijd voor het advies.
Koen Steurs is oprichter van meerwaardebelastingberekenen.be en volgt de wetgeving rond de meerwaardebelasting van dichtbij op.



