Boek 7 BW gepubliceerd in het Staatsblad op 23 september 2026 geeft u nieuwe rechten.
U aanvaardt een opdracht tot jaarafsluiting tegen een forfaitair ereloon. Bij het openen van het dossier blijkt de boekhouding in een aanzienlijk slechtere staat te verkeren dan bij de bespreking werd voorgesteld.
Boek 7
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek geeft u voor die situatie een oplossing die vandaag nog niet bestaat, maar het hangt af van wat er in uw opdrachtbrief staat.
Het uitgangspunt in artikel 7.4.8 van het Burgerlijk Wetboek blijft dat u als opdrachtnemer de opdracht uitvoert voor de overeengekomen prijs, ook wanneer zij meer werk of meer uitgaven vergt dan voorzien.
Daarop komt één uitzondering, in de rechtspraak bekend als de sujétions imprévues-leer, die vooral in bouwzaken werd toegepast. Boek 7 BW verankert haar in de wet en breidt haar uit tot alle dienstencontracten. Ook het accountantscontract valt daar dus onder.
De verleiding is groot om deze situatie onder artikel 5.74 BW te brengen. Dat artikel vereist echter een verandering van omstandigheden die zich na de contractsluiting voordoet en die toen onvoorzienbaar was.
In ons voorbeeld is er niets veranderd: de achterstand bestond al toen u de opdracht aanvaardde, alleen kende u de toestand nog niet.
Het gaat hierbij om omstandigheden die bij de contractsluiting al bestonden, maar die redelijkerwijze niet kenbaar waren, en die de uitvoering van de opdracht pas nadien buitensporig bezwarend maken.
Op de vraag wat “buitensporig bezwarend” is, geeft de wet u het recht om dit te bepalen in uw opdrachtbrief die op een evenwichtige wijze de wederzijdse rechten en plichten dient te omschrijven (artikel 41 van de wet van 17 maart 2019).
De voorwaarden
1. de omstandigheden bestonden al bij de contractsluiting
2. de omstandigheden waren u bij de contractsluiting redelijkerwijs niet bekend
3. ze zijn u niet toerekenbaar (het is niet uw eigen fout)
4. u hebt het risico niet voor uw eigen rekening genomen
5. uw contract of de wet heeft u de rechten voorzien in art. 7.4.8 B.W. niet uitgesloten.
Eén voorwaarde is lastig aan te tonen: de toestand was u redelijkerwijs niet bekend.
Voor een aannemer is die drempel laag: hij kan nu eenmaal niet onder de grond kijken. Voor een accountant ligt dat gevoeliger omwille van de informatieverplichting. De ondernemingsrechtbank Brussel oordeelde op 13 juni 2019 dat de accountant een actieve samenwerkings- en informatieverplichting heeft, met een bijstands- en waarschuwingsplicht.
Daar hoort een instapcontrole bij. Wie die nalaat en zich uitsluitend baseert op mondelinge verklaringen van de cliënt, zal achteraf moeilijk volhouden dat de werkelijke toestand niet kenbaar was.
Steve Theunissen, oprichter van ST-SCAN, licht toe : “Om van de bescherming onder artikel 7.4.8 gebruik te maken, mag je niet wachten tot het probleem zich stelt; je moet actie nemen op het ogenblik dat u de opdrachtbrief opstelt. Neem in de opdrachtbrief op welke toestand van de boekhouding de cliënt heeft voorgesteld, welke controle u heeft gedaan, en wat voor u als buitensporig bezwarend kan worden beschouwd (bijvoorbeeld een verhoging van de werkdruk met 25%). Die omschrijving is later het bewijs waarmee u uw bescherming onder artikel 7.4.8 B.W. kan inroepen”.
Welke bescherming krijgt u precies?
Recht op onderhandeling
U krijgt niet het recht om eenzijdig bij te factureren. Wat u wél krijgt is het recht om heronderhandeling te vragen. Intussen moet u uw verbintenissen blijven uitvoeren.
De onderhandeling kan gaan over de prijs, de beëindiging van de opdracht, of een herziening van de scope van de opdracht. Leidt de heronderhandeling binnen een redelijke termijn niet tot een akkoord, dan kan de rechter het contract aanpassen of geheel of gedeeltelijk beëindigen, in een procedure zoals in kort geding (art. 7.4.8, laatste lid BW).
Wanneer tijdens de onderhandeling de erelonen niet worden betaald, besliste het Hof van Cassatie op 4 april 2025 (D.23.0003.N, RW 2024-25, 1559) dat de accountant een beperkt retentierecht behoudt op stukken die de vrucht zijn van zijn eigen beroepswerkzaamheid (interne berekeningen, werkbalansen, notities) en waarvoor hij nog niet werd vergoed. Een algemeen retentierecht is dat niet: de boekhouding behoort de cliënt toe en moet onverwijld worden overgedragen.
Er zijn dus twee categorieën:
- Documenten die toebehoren aan de cliënt, zoals originele boekhoudstukken, bankafschriften of fiscale aangiften, die onmiddellijk moeten worden overhandigd op verzoek van de cliënt;
- Documenten die voortvloeien uit het intellectuele werk van de professional, zoals analyses, interne notities, juridische onderzoeken, die mogen worden achtergehouden tot de betaling van de erelonen.
Wanneer is artikel 7.4.8 B.W. van toepassing?
Boek 7 is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 september 2026 en treedt in werking op 1 september 2027. De nieuwe regels gelden voor contracten die na die datum worden gesloten. Omdat een opdrachtbrief doorgaans jaarlijks wordt hernieuwd, komt dat voor accountantskantoren sneller dan het lijkt.


