Tijdens de tweede editie van de Docentendag (AccountancyVandaag, 11 september 2026, HOGENT) lichtte Joris Dresselaers, Business Area Director bij Visma, toe welke competenties toekomstige accountants nodig hebben en waarom vakkennis, kritisch denken en klantgerichtheid steeds belangrijker worden. Is de sector klaar voor jong talent dat vandaag de (hoge)school- of universiteitsbanken verlaat?
Het werk verandert, maar verdwijnt niet
Volgens Joris Dresselaers verschuift de kern van het accountancyberoep. Kantoren kampen vandaag met de zoektocht naar gekwalificeerde medewerkers, piekperiodes, wisselende werkdruk en een groeiende hoeveelheid data. Tegelijk neemt het klassieke repetitieve dossierwerk af. Dat betekent niet dat er minder werk komt. Vooral de aard van het werk verandert.
Medewerkers zullen meer waarde moeten halen uit de informatie die beschikbaar is. Strategisch denken, klantgerichtheid, data interpreteren en bedrijfsnoden herkennen worden daardoor minstens zo belangrijk als technische kennis. De accountant evolueert zo van uitvoerder naar adviseur.
AI neemt werk over, maar niet het oordeel
De technologische versnelling wordt volgens Joris aangedreven door onder meer AI, e-invoicing (waar België voorop loopt ten opzichte van andere Europese landen), nieuwe btw-regelgeving en geautomatiseerde gegevensverwerking. AI-agents kunnen gegevens verwerken, afwijkingen detecteren, signalen genereren en routinematige controles uitvoeren.
Toch blijft de accountant meer dan noodzakelijk.
“Hoe meer we automatiseren, hoe meer het aankomt op wie de fout ziet. Een AI-antwoord klinkt altijd overtuigend, ook als het fout is. Wie de regels niet kent, herkent de hallucinatie niet. Dus wat docenten meegeven over boekhouden en fiscaliteit weegt zwaarder dan ooit.”
Daarom blijven kennis van boekhouding, fiscaliteit, regelgeving en de bedrijfscontext van de klant cruciaal. De technologie neemt dus niet het professionele oordeel over, maar verschuift de plaats waar dat oordeel wordt ingezet.
Het klassieke juniorwerk verdwijnt. De junior niet.
Een opvallende boodschap van Joris was dat niet de junior als medewerker verdwijnt, maar wel het klassieke juniorprofiel. Een beginnende accountant die hoofdzakelijk repetitieve taken uitvoert, wordt steeds minder relevant.
“Het klassieke juniorwerk verdwijnt. De junior niet. Boeken, invoeren, controleren: dat doet de machine. Wat overblijft is het moeilijke deel: zien of de output klopt, en begrijpen wat die cijfers over de onderneming zeggen. Daar begint het gesprek met de klant.”
Daarnaast moeten jonge accountants leren communiceren met ondernemers en commercieel en strategisch meedenken.
Joris trok daarbij een parallel met softwareontwikkeling. Als ontwikkelaars steeds meer code door AI laten genereren, verschuift hun rol richting architect en manager van AI-agents. Volgens hem staat accountancy voor een vergelijkbare evolutie: minder uitvoerend werk en meer toezicht, interpretatie en advies.
Van jaarrekening naar continue begeleiding
De accountant beschikt volgens Joris over veel meer informatie dan alleen de uiteindelijke jaarrekening. Hij citeerde hierbij Johan Peeters van Finoptive: “De jaarrekening is de foto. De data zijn de film.”
Onderliggende data kunnen bijvoorbeeld evoluties in omzet en kosten, liquiditeitsproblemen, afwijkende transacties, operationele trends en financiële risico’s blootleggen. Daardoor ontstaat de mogelijkheid om veel vroeger met een ondernemer in gesprek te gaan.
De dienstverlening kan zo evolueren van jaarlijkse rapportering naar voortdurende begeleiding. Als accountant wacht je niet langer tot de cijfers definitief zijn, maar gebruik je actuele data om jouw klanten proactief advies te geven.
Ondernemers willen meer dan administratie
Ook de verwachtingen van klanten veranderen. Ondernemers willen niet alleen een correcte jaarrekening of tijdige verwerking van documenten. Ze verwachten inzichten in cashflow, budgetten en fiscale mogelijkheden, maar ook begeleiding bij digitalisering, softwarekeuzes en strategische beslissingen.
Dat maakt klantcontact belangrijker. Joris pleitte er daarom voor om juniors al vroeg met klanten in contact te brengen. Wie uitsluitend achter de schermen werkt, ontwikkelt moeilijk een breed inzicht in de onderneming en haar noden.
Automatisering creëert ruimte voor advies
Automatisering hoeft volgens hem dan ook geen bedreiging te zijn. Wanneer documentverwerking, facturen inboeken, administratieve controles en routinematige rapportering minder tijd vragen, ontstaat ruimte voor gesprekken, analyse en strategisch advies.
Een belangrijke uitdaging daarbij is wel dat accountantskantoren de waarde van die dienstverlening zichtbaar maken.
“De klant is geen dossier. Wie niet ziet hoe de klant zijn geld verdient, kan rapporteren maar niet adviseren. En zolang kantoren dat advies niet zichtbaar maken, blijven ondernemers denken dat ze voor administratie betalen.”
Ook opleidingen en kantoren moeten mee
De centrale vraag was uiteindelijk of accountantskantoren klaar zijn voor studenten die met AI opgroeien. Volgens Joris is dat vandaag nog niet overal het geval. Studenten werken en leren anders, terwijl veel kantoren nog klassieke processen en werkmethodes hanteren.
“Zijn de kantoren klaar voor een junior die AI gebruikt zoals wij Google? Eerlijk antwoord: nog niet overal.”
De oplossing ligt aan beide kanten. Kantoren moeten investeren in systemen, processen, begeleiding en een cultuur van continu leren. Studenten moeten tegelijk hun vakkennis, digitale vaardigheden en professionele oordeelsvorming versterken. Technologie alleen volstaat niet: succesvolle transformatie vraagt een combinatie van mensen, processen, data en software.
De kernboodschap van Dresselaers is duidelijk: de accountant van morgen wordt geen uitvoerder van wat AI niet kan, maar een kritisch professional die meedenkt met de klant.


